Kethel en Spaland

From Heraldry of the World
Jump to: navigation, search
Logo-new.jpg
Heraldry of the World
Heraldiek van alle landen
Netherlands.jpg
Netherlands heraldry portal
Nederlandse heraldiek
Nederlandse gemeentewapens
Netherlands-flag.gif
(Dutch only/alleen Nederlandstalig)
(in English)


KETHEL EN SPALAND

Provincie  : Zuid Holland
Opheffing  : 1941 Rotterdam, Schiedam
Toevoegingen : 1855 Nieuwland, Korteland en 's Graveland

I : 24 juli 1816
"Van goud beladen met een ketel van sabel."

Wapen van Kethel en Spaland

Oorsprong/verklaring

Het wapen is een duidelijk voorbeeld van een sprekend wapen. De ketel wordt al in de 15e eeuw als wapen gebruikt. Een zegel uit 1492 vertoont een doorsneden schild, boven 2 zuilen, en onder een ketel. Een tweede zegel uit 1556 geeft een schild met een ketel en een schildje met onduidelijke afbeelding.

Van Spaland was aan het begin van de 19e eeuw geen wapen (meer) bekend, waarop dus alleen een ketel werd gebruikt voor het gemeentewapen.

In het Manuscript Beelaerts van Blokland (eind 18e eeuw) wordt het wapen van Kethel aangegeven als: in goud een ketel van keel. Voor Spaland : In azuur een spade van zilver, paalsgewijze geplaatst en vergezeld van 2 rozen van hetzelfde. Ook voor Spaland dus een sprekend wapen.

Wapen van Spaland

Het wapen van Spaland in de NH kerk.

In de Nederlandse Stads- en Dorpsbeschrijver wordt een geheel ander wapen genoemd. Het wapen is onduidelijk weergegeven en vrij gecompliceerd. Duidelijk is wel dat er geen ketel in voorkomt. Voor Spaland wordt geen wapen gegeven.

Sinds het midden van de 19e eeuw tot aan de opheffing voeder de gemeente echter een wapen met een ketel en een spade, maar dat wapen is nooit bevestigd of verleend.

Wapen van Kethel en Spaland

Het wapen in de Oldenkott albums +/- 1910
Wapen van Kethel en Spaland

Het wapen op een Newa bandje
Wapen van Kethel en Spaland

Wapen op de ambtsketen van 1852.
Wapen van Kethel en Spaland

Envelop gedateerd 17-09-1941


Literatuur : Van den Bergh, 1878; Beelaerts van Blokland, 18e eeuw; Van Ollefen en Bakker, 1792; brief via Peter Janssen.