Sandelingen Ambacht

From Heraldry of the World
Jump to navigation Jump to search
Logo-new.jpg
Heraldry of the World
Heraldiek van alle landen
Netherlands.jpg
Netherlands heraldry portal
Nederlandse heraldiek
Nederlandse gemeentewapens
Netherlands-flag.gif
(Dutch only/alleen Nederlandstalig)
(in English)


SANDELINGEN AMBACHT

Provincie : Zuid Holland
Opheffing : 1855 Hendrik Ido Ambacht
Toevoegingen : -

I : 24 december 1817
"Van keel, beladen met 3 hanen van zilver, staande 2 en 1."

Wapen van Sandelingen Ambacht

Oorsprong/verklaring

De bedijking van de Zwijndrechtse waard werd in 1331 in gang gezet door Hendrik van Brederode. Hij bepaalde dat iedereen die meer dan 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, deze de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard zou krijgen. Hierop besloot een achttal personen de bedijking te financieren. Zij kregen daarop allen 1/8 deel van de waard in leen. Deze 8 personen waren: Heer Schobbeland van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N van de Lindt, naar wie de Groote Lindt en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heeroudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen Ambacht verkreeg en tenslotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd.

Het wapen wordt al genoemd in het overzicht van heerlijkheden rond Dordrecht door Jacob van der Eyk in 1628 in dezelfde kleuren, maar de hanen gekamd, getongd en gepoot van goud.
Ook in de Nieuwe Cronijk van Zeeland wordt melding gemaakt van een wapen van het geslacht Sandelijn, dat een identiek wapen voerde. Een verband tussen Sandelingen Ambacht en deze familie is echter niet duidelijk.

Het wapen bij Van der Eyck (1628):

Wapen van Sandelingen Ambacht


Follow us : Facebook.jpgInstagram.png
(when sharing images on Instagram, use #heraldryoftheworld)

Literatuur : Regt, 1848; Gemeentegids Hendrik Ido Ambacht, 1995-1996; Smallegange, 1696